test
Praktische info
Historiek
Organigram
Jaarverslag
Erkenning
- Doelgroep
Leefgroepen
Kamertrainingscentrum
Begeleid Zelfstandig Wonen
Contact
Interessante
links
|
test
Begeleid Zelfstandig Wonen
Deze werkvorm biedt plaats voor 6
jongens en meisjes en is enkel mogelijk voor jongeren die
residentieel begeleid werden in de voorziening Ons Tehuis.
Jongeren tussen 18 en 20 jaar die de voorziening verlaten
om zelfstandig te wonen kunnen nog tot hun 21 jaar
begeleid worden door de voorziening.
De jongere verblijft op een door hem zelf gehuurde studio,
flat of huis buiten de instelling en wordt begeleid door
een begeleid(st)er van het Kamertrainingscentrum.
De inhoud van de begeleiding bestaat uit 2 grote luiken:
- Luik 1: praktische zelfstandigheid
- Luik 2: psychosociale begeleiding
Tijdens de begeleiding van de praktische
zelfstandigheid komen vooral volgende zaken aan
bod:
- Koken, wassen, strijken,
persoonlijke hygiëne
- Budgetbeheer
- Administratie : contacten met werk,
ziekenbond, verzekeringen
- Planning van het dagelijks leven
Hier ligt het accent van de begeleiding
vooral op het aanleren, samendoen en het aanbieden van
praktische hulpmiddelen.
Tijdens de psychosociale begeleiding
wordt vooral aandacht besteed aan:
- Invulling en planning van de
vrijetijdsbesteding
- Sociale contacten ( school / werk,
vrienden, familie
)
- Problemsolving
- Verdere ontwikkeling van de eigen
persoonlijkheid (waarden- en normenkader,
samenlevingsaspecten,
)
- Verdere ontwikkeling van
emotionele zelfstandigheid (assertiviteit,
psychische stabiliteit, frustratietolerantie,
).
Het accent van de begeleiding ligt hier
vooral op confronteren om zodoende de jongere tot
zelfinzicht te brengen en te motiveren tot problemsolving.
De overstap van het
kamertrainingscentrum naar Begeleid Zelfstandig Wonen
wordt minstens 3 maanden voor de effectieve overstap
voorbereid. Tijdens de individuele begeleidingsmomenten
wordt dan dieper ingegaan op de noden en
verantwoordelijkheden die het alleen wonen met zich
meebrengen.
Bij de effectieve start van de
begeleiding wordt een hulpverleningsovereenkomstopgemaakt.
Hierin worden de werkpunten en de hulpmiddelen opgesomd.
Deze werkpunten zijn terug te vinden in het
handelingsplan.
Daarnaast wordt er ook nog een BZW-contract opgesteld.
Hierin worden volgende zaken opgesomd:
- Het informatieve luik (woonplaats,
inkomen, verplichte verzekeringen,
)
- De frequentie van de begeleiding
- De inhoud van de begeleiding
- De begeleidingstermijn en
evaluatiemomenten
- De verklaring van de jongere
akkoord te gaan met de begeleidingsinhoud en de
begeleidingsvorm.
Dit contract wordt opgesteld in
aanwezigheid van de jongere, individuele begeleider,
stafmedewerker plaatsende instantie en eventueel de
directie.
De BZW-begeleiding is heel intensief en de evolutie van
de jongere wordt op de voet gevolgd. Zodoende kan er vlug
ingegrepen worden bij eventuele mistoestanden. Om de 3
maanden maakt de individuele begeleider een
evolutieverslag op, waarin de evolutie en de werkpunten
voor de volgende begeleidingsperiode van 3 maand worden
besproken. Dit evolutieverslag wordt besproken met de
jongere, de individuele begeleider, stafmedewerker en
plaatsende instantie. Daarnaast wordt er in de
teamvergadering van het kamertrainingscentrum een 6
wekelijkse tussenevaluatie gehouden.
De begeleiding verloopt in 3 verschillende fasen.
Kenmerkend voor deze fasering is enerzijds het
verminderen van de frequentie van de begeleiding om
tenslotte volledig uit te doven, en anderzijds het
verschuiven van het accent van inhoudelijke werking naar
het psycho-sociale luik.
- Fase 1: hier
wordt er heel veel tijd gestoken in praktische
zaken ( in orde brengen woning, aanvraag leefloon,
aanvraag huursubsidie, ziekenbond, ... In deze
fase doet de individuele begeleid(st)er veel
zaken samen met de jongere.
- Fase 2: hier
wordt er vooral een beroep gedaan op de
zelfverantwoordelijkheid van de jongere. Jongere
plant en structureert zijn eigen leven. De
begeleiding bestaat dan vooral in het evalueren
en het eventueel bijsturen van de planning.
- Fase 3: Dit is de
afbouwfase. De jongere plant zijn leven volledig
zelfstandig. De begeleider ziet er enkel nog op
toe dat de jongere zijn taken, administratie,
afspraken
. goed blijft opvolgen. De
begeleider is nog steeds beschikbaar bij
crisismomenten en bij problemen waar jongere zelf
geen oplossing voor vindt. Indien jongere nog
beroep moet doen op externe diensten worden deze
gecontacteerd en op de hoogte gebracht.

|