![]() |
Welkom op
de website van de
|
|||||
Homepagina - VOT |
||||||
JEZ11 |
||||||
Begeleidings- |
Dagcentrum |
Thuisbegelei- |
Alternatieve |
Residentiële voorziening |
||
test Werking |
1. Een eigen
leefklimaat JEZ11' bevindt zich op het mooie domein van 6 hectare van de Vereniging Ons Tehuis voor Zuid West - Vlaanderen. De unit is gesitueerd in een apart huis, waarin maximaal 10 meisjes kunnen verblijven. Een aantal investeringen accentueren het besloten karakter van het centrum.
Bovenal wordt een respectvolle omgang en aanvaarding van ieder individu zeer belangrijk gevonden, en worden de meisjes hiertoe waarden en normen bijgebracht. Aldus wordt een eigen leefklimaat gecreëerd in de leefgroep. Niettegenstaande een aantal gemeenschappelijke werkingsprincipes met de andere leefgroepen, heeft JEZ11 echter ook een aantal definiërende kenmerken die JEZ11 duidelijk onderscheidt van de andere leefgroepen. 2.1. Een sterk gestructureerde werking en activering 2.1.1 Een sterk gestructureerde werking
Structuur leidt tot zekerheid, houvast en voorspelbaarheid. Daar heel wat jongeren in de Bijzondere Jeugdzorg, tengevolge van de problematische opvoedingssituatie waarin ze verkeren, innerlijk onrustig en onzeker zijn, kan het bieden van uitwendige zekerheid, houvast en voorspelbaarheid leiden tot een zekere vorm van rust. In JEZ11 betekent een strikte structuur aan de ene kant:
Aan de andere kant houdt een strikte structuur binnen JEZ11 in:
2.1.2 Activering
2.2 Een gefaseerde werking JEZ11 kan omschreven worden als een trajectmatig begeleidingsaanbod van minimum zes maanden. Kenmerkend aan trajecten is naast het planmatig werken, de stapsgewijze probleemoplossing door fasering. De fasering die binnen JEZ11 wordt gehanteerd is een fasering in leefgroep. Dit wil zeggen dat een meisje binnen de leefgroep van JEZ11 verschillende stappen zal doorlopen die elk een onderscheiden fase van de begeleiding markeert. Dit kan men zien als een vorm van temporele fasering. De samenstelling en werkwijzen van de fasen zijn m.a.w. zodanig opgezet dat de meisjes achtereenvolgens van fase naar fase doorstromen zodanig dat deze overplaatsingen automatisch plaatsvinden wanneer de meisjes bepaalde (ontwikkelings)taken met succes heeft doorlopen en toe is aan taken die in een volgende fase centraal staan. Bij het uitwerken van de fasering van JEZ11 staan de begrippen ontwikkeling, taken en vaardigheden centraal. De bijhorende methodiek in de fasering van JEZ11 is het sociaal competentiemodel. Gefaseerd werken houdt in dat we er van uitgaan dat de meisjes niet alles tegelijk kunnen leren. De beoogde competentievergroting wordt dan ook opgedeeld in fasen. De fasering kent een opbouw van meer elementaire vaardigheden naar meer complexe vaardigheden. Het uitgewerkte feedbacksysteem van JEZ11, n.l. het scoringssysteem hangt samen met deze fasering. Gefaseerd werken biedt bovendien een aantal duidelijke voordelen:
Het faseringsmodel van JEZ11 omvat vier fasen. Tijdens het verblijf in JEZ11 doorloopt elke meisje idealiter 4 fasen waarbij ze door goed gedrag (o.a. naleven van regels en afspraken, opvolgen van dagstructuur, kamerverzorging, persoonlijke hygiëne, uitvoeren van huishoudelijke taken, omgaan met medicatie, ), het behalen van een aantal duidelijk omschreven doelstellingen (o.a. contacten leggen en onderhouden, plannen en organiseren, afspraken maken en er zich aan houden, grenzen aangeven en accepteren, samenwerken, feedback geven en ontvangen, omgaan met teleurstellingen, impulsen beheersen, ) en het vervullen van verschillende opdrachten in het kader van individuele en groepsgerichte therapie, kan doorstromen naar een volgende fase waarin ze meer verantwoordelijkheid moet opnemen en van een aantal nieuwe privileges (bezoeken, inspraak met betrekking tot invulling dag- en vrijetijdsbesteding, ) kan genieten.
2.2.1 Onthaalfase (min. 2 weken) Tijdens deze eerste strikt, gestructureerde en gesloten fase blijven de meisjes in de leefgroep en doen alles onder begeleiding. Er is een strikte, verplichte dagindeling met vorming, educatieve momenten en geplande (sport)activiteiten. In deze fase maken ze kennis met het personeel en met de andere jongeren die in het proeftuinproject verblijven. Ze krijgen uitleg over de dagelijkse routine en leren het programma kennen. Door het samen uitvoeren van taken e.d. leren worden praktische vaardigheden geobserveerd. Het is de bedoeling om tijdens deze eerste periode de gezagsverhoudingen duidelijk te stellen en een basisveiligheid bij de jongere te bewerkstelligen. Er wordt gestreefd naar een basismotivatie bij de jongere: de meisjes houden zich aan de leefregels en de dagstructuur. Tijdens deze eerste 2 weken gebeurt voor elke jongere een toekomstgerichte studie oriëntatie en keuze. 2.2.2 Observatiefase (min. 4 weken) In deze periode wordt extra inhoudelijke informatie verzameld. Er wordt een werkrelatie opgebouwd met de jongere en wordt een duidelijker beeld geschetst van de mogelijkheden en het perspectief van de jongere en het systeem. Jongere en trajectbegeleider maken een verslag van hun gesprekken rond hun verwachtingen. Net als de eerste fase is deze periode gesloten en erg gestructureerd. Alles gebeurt onder begeleiding: jongeren zijn nooit zonder begeleiding buiten de leefgroep. Er wordt toegewerkt naar extern onderwijs. Jongere kan deelnemen aan begeleide activiteiten buiten de leefgroep. Eenmaal per weekend is bezoek van familie mogelijk, op het domein en onder begeleiding. 2.2.3 Oefenfase (min.15 weken) In deze fase wordt het gesloten karakter van de opvang geleidelijk afgebouwd. Op verschillende domeinen (bv. vrijetijdsbesteding, studieplanning, deelname aan groepsactiviteiten, school, boodschappen, ) worden subfasen ingebouwd zodat jongeren in staat zijn om, mits begeleiding, nieuw gedrag toe te passen en meer verantwoordelijkheid op te nemen voor zichzelf en anderen. De jongere krijgt stelselmatig gecontroleerde vrijheden in functie van haar toekomstperspectief. Voor jongeren bij wie gewerkt wordt naar een terugkeer naar de context wordt de bezoekregeling systematisch uitgebreid van dagbezoek, weekendbezoek naar meerdaagse bezoeken thuis. Op termijn kunnen jongeren afwisselend een week thuis en een week in de leefgroep verblijven. Per rubriek worden drie subfasen gehanteerd. In een eerste fase leert de jongere samen met de begeleiding heel wat aan. Kenmerk van deze fase is dat de jongere heel wat zaken samen met de begeleiding doet. In een tweede subfase verricht de jongere de vaardigheden die hij in fase 1 geleerd heeft alleen en er wordt systematische controle uitgeoefend door de trajectbegeleider of de andere teamleden. De begeleiding ondersteunt of stuurt bij indien de jongere nog moeilijkheden ondervindt of zich niet aan de gemaakte afspraken houdt. In de derde subfase is de jongere tegen het einde van deze fase de taken zelfstandiger uitvoert en bewijst dat ze kan volharden in het stipt en correct uitvoeren van taken en haar verantwoordelijkheid te allen tijde opneemt.
2.2.4 Ambulante fase (min. 4 weken) De invulling van deze fase verschilt naargelang het perspectief van de jongere. Sommigen kunnen terugkeren naar de context, andere gaan met begeleiding alleen wonen en bepaalde jongeren stromen door naar een open voorziening, een begeleidingstehuis of andere hulpverleningsvormen.
2.3 Het individueel traject De hoofddoelstelling van het proeftuinproject is het uitwerken van een individueel hulpverleningstraject op maat van de jongere. Aan elke jongere die in de leefgroep verblijft, willen we maximale kansen bieden om tot een gezonde ontwikkeling te komen. Dit vereist een individuele benadering waarbij ingespeeld wordt op concrete hulpvragen en moeilijkheden, naast het oog hebben voor en het inpikken op de sterke kanten bij de persoon in kwestie. Er wordt niet enkel gefocust op problemen, maar vooral gewerkt met de aanwezige vaardigheden en positieve persoonseigenschappen. Zowel de 'positieve gedragsaspecten' als de 'werk- en aandachtspunten' op diverse terreinen (individueel; leefgroep; school of werk; gezin en ruimere context) worden opgenomen in een handelingsplan. Dit geeft weer waaraan, op welke wijze en binnen welke termijn gewerkt wordt in de concrete begeleiding van de jongere. Het handelingsplan wordt samen met de jongere en zijn betrokkenen (ouders, consulent) opgesteld, besproken en regelmatig bijgestuurd. M.b.t. specifieke hulpvragen kan aansluitend beroep gedaan worden op externe diensten (CLB; revalidatiecentrum; CGGZ; enz.) om de individuele hulp zo optimaal mogelijk te organiseren. 2.4 Contextbegeleiding In de begeleiding van de ons toevertrouwde jongere hebben we zijn gezin/familie als partner nodig. We kunnen de jongere het beste helpen als zijn natuurlijk milieu betrokken is bij de begeleiding. In de eerste plaats is dit het gezin, maar kan ook de ruimere familiale context zijn, zoals grootouders, broers, zussen, ... In de gezinsgerichte werking wensen we de ouders zoveel mogelijk te informeren over, en te betrekken bij de opvoedingsaanpak van de jongere. Ouders worden betrokken in belangrijke gebeurtenissen en beslissingen. Het is een hoofdbetrachting om te komen tot een verbetering van de aangemelde problematiek of tot een herstel van de onderlinge relaties. Opvoedingsondersteuning geschiedt via oudergesprekken, gezinsgesprekken, huisbezoeken. Indien vastgesteld wordt dat opnieuw samenleven niet meer tot de mogelijkheden behoort, wordt er toch naar gestreefd om een goed contact tussen de geplaatste jongere en het gezin te realiseren. Het uitwerken van een contactregeling geschiedt op maat van de betrokkenen, en contacten worden gradueel opgebouwd om succeservaringen op te doen. Er is daarbij een diversiteit in de contacten mogelijk (telefoon; post; bezoek; thuisverblijf). Ook hier, zijn we niet eenzijdig probleemgeoriënteerd, maar hebben we ook oog voor de krachten, de positieve ontwikkelingen, de inzet en goede bedoelingen van betrokkenen. Belangrijk is om onze doelstellingen en verwachtingen t.a.v. het gezin zo expliciet en concreet mogelijk op te nemen in het handelingsplan, naast deze van het gezin zelf. Elk meisje en haar gezin wordt begeleid door één vaste trajectbegeleider die vanuit een niet-veroordelende en respectvolle houding zoekt naar positieve aangrijpingspunten. Een vertrouwensrelatie vormt het begin van een goede samenwerking. De trajectbegeleider staat in voor de individuele begeleiding van een meisje en de bijhorende contextbegeleiding. Deze persoon vormt het vaste aanspreekpunt voor het meisje en haar context. 2.5 De intense samenwerking met externe diensten Een opname gebeurt steeds in opdracht van een verwijzer of 'beslisser' m.n. de Jeugdrechtbank. Begeleiding behelst dan ook steeds een nauw overleg en samenwerking met deze instantie.
JEZ11 heeft een samenwerkingsakkoord met het Psychiatrisch Ziekenhuis Heilig Hart. Naast crisisopname is ook ambulante hulp in het kader van een psychiatrische problematiek daar mogelijk. De betrokken politiediensten onderschreven eveneens een nauwe samenwerking met JEZ11. 3. Diagnostiek en individuele gesprekstherapie Van bij de opname volgt de pedagogisch stafmedewerker het traject van de jongere op de voet. Afgestemd op de noden van de jongere krijgt de jongere een aanbod van therapeutische begeleiding op individueel en op groepsniveau. 3.1. Psychodiagnostiek Tijdens de onthaalfase gaat de pedagogisch stafmedewerker de (psycho)diagnostiek op punt stellen. Er worden diagnostische tests afgenomen en de meisjes krijgen een aantal opdrachten.
Deze testbatterij laat toe een goed beeld te krijgen van aanwezige problematieken bij het meisje. Daarnaast worden ook een aantal opdrachten gegeven:
Via gesprekken beluistert de pedagogisch stafmedewerker ook het verhaal van het meisje en wordt samen met het meisje verkend welke gebeurtenissen, problemen of moeilijkheden tot de opname hebben geleid. Indien nodig zijn ook een aantal extra specifieke vragenlijsten beschikbaar (depressie, angst, eetstoornissen, ). Bijkomende ondersteuning bij de diagnostiek kan verkregen worden via het psychiatrisch ziekenhuis Heilig Hart. 3.2. Individuele therapie Binnen de context van de individuele gesprekken kunnen moeilijke ervaringen besproken worden. Dit kan helpen om vastgelopen emoties uit te spreken. Individuele therapie met de jongere omvat psycho-educatie, gedragmodificatie en behandeling van specifieke psychische problemen. a. Psycho-educatie In de groepssessies krijgen de jongeren veel informatie. Het is mogelijk om deze informatie in een individueel moment te herhalen of te verdiepen. Daarnaast kan in het kader van een specifieke problematiek extra informatie gegeven worden. Dit als voorwaarde om te komen tot een beter inzicht in de eigen problematiek. b. Gedragmodificatie Bij gedragsmodificatie willen we de jongeren bewustmaken van hun gedrag en het effect van hun gedrag. We willen hen sensibiliseren om hun vertrouwde mechanismen los te laten op zoek te gaan naar alternatieven. We werken hier volgens de principes van de cognitieve gedragstherapie. Een veel gebruikte methodiek is het opstellen van de 5 Gs. Jongeren moeten hierbij de link leggen tussen een gebeurtenis, hun gedachten, hun gevoelens, het gedrag, het gevolg van hun gedrag op korte termijn en het gevolg van hun gedrag op lange termijn. Op termijn moeten jongeren op zoek gaan naar alternatieve gedragingen en deze transfereren naar de buitenwereld. c. Behandeling van specifieke psychische problemen.
3.3. Groepstherapie en trainingen Een aantal groepstrainingen worden standaard gegeven binnen JEZ11. Wekelijks krijgen de meisjes sociale vaardigheidstraining. Deze training leert de meisjes een aantal cruciale vaardigheden die nodig zijn in relaties met anderen. Naast deze wekelijkse SOVA-training, krijgen de meisjes ook specifieke vormingen. Zo is er onder meer een vorming rond seksualiteit en drugs voorzien. Klik hier om de
onthaalbrochure voor jongeren van JEZ11 in pdf-formaat te
openen. |
|||||||||||||||||||||