test
Praktische info
Historiek
Organigram
Jaarverslag
Erkenning
- Doelgroep
Gemeenschapsdienst
Sociale
Vaardigheidstraining
Herstelbemiddeling
Herstelgericht
groepsoverleg
Ouders steunen
in opvoeden
Contact
Interessante
links
|
test
Herstelbemiddeling
- Definitie
- Ontstaansgeschiedenis
- Wettelijk kader
- Doorverwijzingsprocedure
- Werkingsprincipes
- Verloop
1. Definitie
Tijdens herstelbemiddeling wordt getracht de communicatie
tussen de minderjarige verdachte(n) en de benadeelde(n)
van een als misdrijf omschreven feit op gang te brengen.
Herstelbemiddeling stelt verdachten en slachtoffers in
staat om zelf voorstellen te formuleren om een conflict,
het als misdrijf omschreven feit, op te lossen.
Herstelbemiddeling is een vrijwillig aanbod dat door een
neutraal persoon, de bemiddelaar, wordt begeleid.

2. Ontstaansgeschiedenis
Het eerste initiatief inzake herstelbemiddeling voor
minderjarigen in Vlaanderen ging uit van de Leuvense
dienst Oikoten vzw. Alvorens deze dienst in 1987 van
start ging met een project herstelbemiddeling, hadden ze
reeds een vijftal jaar ervaring met de onthemingstochten
naar Santiago de Compostella. De achterliggende visie
achter deze tochten was uitgesproken emancipatorisch, en
dus t.a.v. het beschermingsdenken in de Jeugdwetgeving
erg vernieuwend. Het uitgangspunt dat men hanteert is dat
men jongeren niet helpt door hen te beschermen, maar door
hen als een volwaardige persoon een reële
verantwoordelijkheid te geven.
Via de tochten naar Santiago de Compostella konden
deze jongeren zichzelf, hun omgeving en de jeugdrechter
aantonen dat ze wel degelijk in staat waren iets
positiefs te realiseren. Voor Oikoten zelf was het feit
dat deze tochten positieve effecten sorteerden niet
onbelangrijk. Hierdoor kon de dienst een zeer grote
geloofwaardigheid opbouwen en bij de gerechtelijke
instanties, bevoegd voor minderjarige delinquenten, een
bereidheid vinden om ook mee te werken aan andere
initiatieven die eveneens de verantwoordelijkheid van de
minderjarige als uitgangspunt namen, zoals de
herstelbemiddeling voor minderjarigen.
Deze ontstaansgeschiedenis leidde er toe dat
herstelbemiddeling aanvankelijk sterk op de verdachte
georiënteerd was. In zekere zin werd het slachtoffer 'gebruikt'
om aan de verdachte de kans te geven verantwoordelijkheid
op te nemen. Dit werd snel bijgestuurd, aangezien
slachtoffers niet opgezet waren met een rol in functie
van het pedagogisch nut voor de verdachte. Slachtoffers
eisten voor zichzelf een volwaardige erkenning in hun rol
van slachtoffer op.
Lange tijd was het gerechtelijk arrondissement Leuven,
waar Oikoten herstelbemiddeling voor minderjarigen
organiseerde, het enige gerechtelijk arrondissement in
Vlaanderen waarin dader-slachtofferbemiddeling voor
minderjarigen werd georganiseerd. Pas in 1995 werd
herstelbemiddeling voor minderjarigen ook mogelijk in het
gerechtelijk arrondissement Brussel. Het
bemiddelingsbureau van de dienst GAMBAS! zorgde er voor
een bemiddelingsaanbod. De idee van herstelbemiddeling
sijpelde stilaan binnen in de Bijzondere Jeugdzorg. Op
grond hiervan kreeg Oikoten in november 1998 de opdracht
van de Vlaamse overheid om het project 'herstelbemiddeling
minderjarigen' in drie gerechtelijke arrondissementen te
implementeren. Kort daarop, in maart 1999, pleitte het
Vlaams Parlement in een resolutie voor een veralgemening
en een standaardisatie van het aanbod inzake de
zogenaamde alternatieve afhandelingen voor minderjarige
delictplegers, waaronder men leerprojecten,
gemeenschapsdienst en herstelbemiddeling verstaat.
Onder invloed van deze resolutie moedigde de Vlaamse
Administratie voorzieningen in de Bijzondere Jeugdzorg
actief aan om projecten inzake alternatieve
herstelgerichte maatregelen in te dienen. De doelstelling
was dat per gerechtelijk arrondissement deze
afhandelingsvormen zouden worden uitgewerkt door één
dienst, zodat ze over het hele Vlaamse land ter
beschikking zouden staan van de gerechtelijke overheden.

3. Wettelijk
kader
Herstelbemiddeling vindt zijn wettelijk kader in de
Wet betreffende de jeugdbescherming, het ten laste
nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven
feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit
veroorzaakte schade (mei juni 2006). Deze
wet noodzaakt de parketmagistraat om in elk dossier
waarin een minderjarige verdachte wordt vernoemd,
herstelbemiddeling aan te bieden aan alle betrokken
partijen. Indien een parketmagistraat beslist om geen
herstelbemiddeling aan te bieden, moet dit worden
gemotiveerd. Ook op niveau van de jeugdrechtbank kan
herstelbemiddeling aangeboden worden.

4. Doorverwijzingsprocedure
Een minderjarige pleegt een feit waarvan via de
bevoegde politiedienst een proces-verbaal wordt opgemaakt,
dat samen met het dossier van de minderjarige terecht
komt bij de Parketmagistraat bevoegd voor jeugdzaken.
Deze heeft dan verschillende mogelijkheden: seponeren,
herstelbemiddeling aanbieden of de Jeugdrechter vorderen.
Als de magistraat beslist om herstelbemiddeling aan te
bieden, wordt onze dienst hiervan op de hoogte gebracht.
Ook als de jongere voor de Jeugdrechter moet
verschijnen, kan de Jeugdrechter herstelbemiddeling
aanbieden. Ook dan is dit een vrijwillig aanbod voor
zowel jongere als slachtoffer. De jeugdrechter brengt
onze dienst op de hoogte.

5. Werkingsprincipes
De bemiddeling is gestoeld op vier werkingsprincipes:
- bemiddeling is vrijwillig:
Niemand van de direct betrokken partijen is
verplicht deel te nemen. Herstelbemiddeling is
een vrijwillig aanbod, waar men al dan niet kan
in mee stappen. Dit wil dus ook zeggen als men
beslist om mee te werken, men ten allen tijde kan
beslissen er opnieuw uit te stappen.
- bemiddeling is vertrouwelijk: De
gesprekken die in het kader van het
bemiddelingsproces plaatsvinden zijn
vertrouwelijk. Slechts met toestemming van de
partijen wordt informatie van de ene naar de
andere partij of aan de verwijzers overgebracht.
- bemiddeling is meerzijdig partijdig:
De bemiddelaar stelt zich neutraal (of beter:
meerzijdig partijdig) op. De bemiddelaar is er
zowel voor de verdachte en het slachtoffer, houdt
hun beider belangen in het oog en zorgt ervoor
dat het evenwicht tussen de partijen niet
verstoord wordt.
- bemiddeling is transparant: De
bemiddelaar verduidelijkt aan de direct betrokken
partijen zijn rol, zijn mogelijkheden en
beperktheden, het doel en de grenzen van het
bemiddelingsaanbod. Hij houdt op geen enkel
moment informatie achter.

6. Verloop
Als een jongere een als misdrijf omschreven feit pleegt,
kan de Parketmagistraat belast met jeugdzaken of de
Jeugdrechter beslissen om een herstelbemiddelingsaanbod
te doen. In principe komen alle dossiers in aanmerking
voor herstelbemiddeling, zolang er een slachtoffer is
geïdentificeerd.
Vanuit het Parket of vanuit de Jeugdrechtbank wordt
dan een brief gestuurd naar alle betrokken partijen,
waarbij het aanbod herstelbemiddeling wordt gedaan. In
deze brief zit een doorverwijsformulier in bijlage, die
de betrokkenen kunnen opsturen naar de bemiddelingsdienst.
Via het doorverwijsformulier geven partijen het mandaat
aan de bemiddelaar om contact met hen op te nemen. Als de
bemiddelaar de doorverwijsformulieren heeft ontvangen,
wordt het parketdossier ingelezen. Dit geeft de
bemiddelaar een beeld van de feiten en van het aantal
verdachten en slachtoffers die betrokken zijn in het
delict.
Een volgende stap in het bemiddelingsproces is het
contacteren van alle partijen voor een gesprek. Tijdens
dit gesprek wordt het systeem van bemiddeling uitgelegd,
wat ze kunnen verwachten en niet verwachten van de
bemiddelaar (cfr. transparantie), hoe ze de feiten hebben
beleefd, wat hun verwachtingen van de bemiddeling zijn,
... met behulp van de onthaalbrochure. Deze
onthaalbrochure kan je hier
in pdf downloaden.
Typisch aan deze stap in de bemiddeling is dat de
partijen nog niet met elkaar in contact treden, m.a.w. er
is een indirecte bemiddeling. Als de partijen dit wensen,
kan er overgegaan worden tot een directe bemiddeling. Dit
wil zeggen dat er met de partijen rond de tafel wordt
gezeten om te praten rond de feiten, de beleving ervan,
... maar ook welke mogelijke oplossing er kan gegeven
worden. Tijdens deze fase wordt er zoveel als mogelijk
met een overeenkomst gewerkt. Die overeenkomst is een
document waarin de standpunten van de betrokkenen
weergegeven worden, en waarin de gemaakte afspraken
omschreven worden. De overeenkomst wordt door iedere
betrokken partij ondertekend, waarbij er één exemplaar
naar het Parket of de Jeugdrechtbank wordt gestuurd.
Wanneer de overeenkomst werd nageleefd, wordt een beknopt
eindverslag opgesteld over de uitvoering ervan. Eens het
eindverslag naar het Parket of de Jeugdrechtbank is
opgestuurd, wordt de bemiddeling afgesloten.

|