test
Praktische info
Historiek
Organigram
Jaarverslag
Erkenning
- Doelgroep
Gemeenschapsdienst
Sociale
Vaardigheidstraining
Herstelbemiddeling
Herstelgericht groepsoverleg
Ouders steunen
in opvoeden
Contact
Interessante
links
|
test
Herstelgericht groepsoverleg
- Definitie
- Ontstaansgeschiedenis
- Wettelijk kader
- Doorverwijzingsprocedure
- Werkingsprincipes
- Verloop
1. Definitie
Het herstelgericht groepsoverleg (hergo) is een overleg
waarbij het slachtoffer en zijn steunfiguren samen met de
jongere, zijn ouders, steunfiguren, consulent van de
sociale dienst voor Gerechtelijke Jeugdbijstand, advocaat
en politie, onder begeleiding van een onafhankelijke
moderator samen een oplossing zoeken voor de mogelijke
gevolgen van het als misdrijf omschreven feit en de
mogelijke antwoorden hierop.
Door de aanwezigheid van de steunfiguren van zowel
slachtoffer als verdachte, werkt een herstelgericht
groepsoverleg duidelijk netwerkversterkend.

2. Ontstaansgeschiedenis
Herstelgericht groepsoverleg is gegroeid vanuit een
herstelrechterlijke visie. In deze visie staat niet het
delict centraal, maar wel de gevolgen van het delict.
Verdachte en slachtoffer worden als eerste en direct
betrokkenen, samen met de samenleving, maximaal
aangesproken om toekomstgericht te zoeken naar een vorm
van herstel of een oplossing voor de gevolgen van het
delict. Herstel of goedmaking is hierbij de leidraad.
Het herstelgericht groepsoverleg is een
Nederlandstalige term voor het Engelse Family Group
Conferences. Dit is een aparte manier waarop
jeugddelinquentie wordt afgehandeld en werd
oorspronkelijk in Nieuw-Zeeland ontwikkeld. Deze Family
Group Conference bestaat uit een uitgebreid overleg
tussen verdachte en zijn gezin (of familie), het
slachtoffer en steunfiguren, de politie en leden van de
bredere gemeenschap. Deze afhandelingsvorm is gericht op
het vinden van een constructieve oplossing voor de
gevolgen van het delict. In 1989 werd het principe van
Family Group Conference in het Nieuw-Zeelandse jeugdrecht
ingeschreven. De jeugdrechter kan sinds dan (bijna) geen
maatregel meer opleggen tenzij een Family Group
Conference werd geprobeerd.
Steeds meer wordt conferencing erkend als een
herstelgerichte methode in de aanpak van delinquentie.
Een studiebezoek aan Australië en Nieuw-Zeeland leidde
tot de idee om conferencing voor ernstige misdrijven,
gepleegd door minderjarigen, ook in Vlaanderen te
implementeren. Met de steun van de Vlaamse Gemeenschap
startte vanaf eind 2000 een wetenschappelijk begeleid
pilootproject. Het project had als doel een
herstelgerichte afhandeling aan te bieden voor ernstige
als misdrijf omschreven feiten. De belangrijkste reden
daarvoor was dat in Vlaanderen al een goed werkende
traditie bestaat van slachtoffer-daderbemiddeling. Deze
bemiddelingen vinden echter grotendeels plaats op
parketniveau en voor minder ernstige feiten. Het leek dan
ook beter conferencing toe te passen als een mogelijke
aanvulling voor zwaardere feiten en op niveau van de
jeugdrechtbank.

3. Wettelijk
kader
Het herstelgericht groepsoverleg vindt zijn wettelijk
kader in de Wet betreffende de jeugdbescherming,
het ten laste nemen van minderjarigen die een als
misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel
van de door dit feit veroorzaakte schade (mei
juni 2006). In deze wet krijgt de jeugdrechter de
mogelijkheid om aan minderjarigen herstelgericht
groepsoverleg voor te stellen.

4. Doorverwijzingsprocedure
Een minderjarige pleegt een feit waarvan via de bevoegde
politiedienst een proces-verbaal wordt opgemaakt, dat
samen met het dossier van de minderjarige terecht komt
bij de Parketmagistraat bevoegd voor jeugdzaken. Deze
heeft dan verschillende mogelijkheden: seponeren (als men
van oordeel is dat de feiten te licht zijn, en een
gerechtelijke tussenkomt meer kwaad dan goed zou doen),
herstelbemiddeling aanbieden of de Jeugdrechter vorderen.
Als de Jeugdrechter wordt gevorderd, zal deze de
Sociale Dienst voor Gerechtelijke Jeugdbijstand
inschakelen. De bedoeling is dat een consulent van de
Sociale Dienst een maatschappelijk onderzoek voert. Dit
is een onderzoek naar de achtergrond van de minderjarige
(thuissituatie, school, ...). In dit maatschappelijk
onderzoek doet de consulent aan de Jeugdrechter reeds een
voorstel van maatregel. Dit voorstel kan een plaatsing,
ondertoezichtstelling, ... , maar ook een constructieve
afhandeling zijn. Eens dit maatschappelijk onderzoek
afgerond is, wordt het opgestuurd naar de Jeugdrechter en
de Parketmagistraat.
De zaak van de jongere wordt op zitting geplaatst,
waarbij de Jeugdrechter een maatregel uitspreekt. Dit kan
het advies zijn dat de consulent heeft geformuleerd in
het maatschappelijk onderzoek, maar een Jeugdrechter kan
hier eventueel ook van afwijken.
Als de Jeugdrechter van oordeel is dat een
herstelgerichte afhandeling gepast en praktisch haalbaar
is, kan hij een herstelgericht groepsoverleg aanbieden.
Een afschrift van deze beslissing wordt naar DIVAM
opgezonden.
Ook bij directe voorleiding of rechtstreekse
dagvaarding kan de jeugdrechter een hergo aanbieden.

5. Werkingsprincipes
Het herstelgericht groepsoverleg is op vier
werkingsprincipes gebaseerd:
- hergo is vrijwillig: Niemand van
de direct betrokken partijen is verplicht deel te
nemen. Een herstelgericht groepsoverleg is een
vrijwillig aanbod, waar men al dan niet kan in
mee stappen. Dit wil dus ook zeggen als men
beslist om mee te werken, men ten allen tijde kan
beslissen er opnieuw uit te stappen.
- hergo is vertrouwelijk: De
gesprekken die in het kader van het hergo
plaatsvinden zijn vertrouwelijk. Wat binnen het
hergo aan bod komt, wordt niet verder verteld,
tenzij partijen akkoord gaan om bepaalde
elementen aan de jeugdrechter over te brengen.
- hergo is meerzijdig partijdig:
De moderatoren stellen zich neutraal (of beter:
meerzijdig partijdig) op. De moderatoren zijn er
zowel voor de verdachte en het slachtoffer,
houden hun beider belangen in het oog en zorgen
ervoor dat het evenwicht tussen de partijen niet
verstoord wordt.
- hergo is transparant: De
moderatoren verduidelijken aan de direct
betrokken partijen hun rol, mogelijkheden en
beperktheden, het doel en de grenzen van het
herstelgericht groepsoverleg. Ze houden op geen
enkel moment informatie achter.

6. Verloop
Wanneer de jongere akkoord gaat met het voorstel van de
jeugdrechter om aan een herstelgericht groepsoverleg deel
te nemen, stelt de jeugdrechter de zaak voor een aantal
maanden uit, en laat hij aan een moderator weten dat
hergo van start kan gaan.
De moderator contacteert in een voorbereidende
fase de verschillende partijen. Pas daarna gaat
hergo effectief van start.
Er wordt contact opgenomen met de jongere, zijn ouders en
met het slachtoffer. Als zij bereid zijn aan het
herstelgericht groepsoverleg deel te nemen, wordt er
contact opgenomen met de steunfiguren en de professionele
actoren. In deze kennismakingsgesprekken worden de
partijen geïnformeerd over de doelstellingen en het
verloop van hergo met behulp van de onthaalbrochure. Deze
onthaalbrochure kan je hier
in pdf downloaden.
Tijdens de eerste gesprekken wordt er tevens aandacht
besteed aan het verhaal van de betrokkenen.
Een hergo-zitting bestaat uit drie
fasen:
- Tijdens de eerste fase, de introductiefase,
worden de doelstellingen van hergo overlopen door
de moderator. Iedereen wordt verwelkomd en
voorgesteld.
- Na de introductie wordt er overgegaan naar de overlegfase.
Er wordt nogmaals benadrukt dat het deelnemen aan
het hergo op vrijwillige basis gebeurt. Deze fase
gaat verder met het voorlezen van het P.V. (de
feiten) door de politie. Er wordt expliciet
gevraagd of de jongere de feiten niet ontkent.
Dit is belangrijk aangezien de jongere zijn
verantwoordelijkheid moet willen opnemen. Het
slachtoffer en zijn steunfiguren krijgen de kans
om hun verhaal te doen. Vaak blijkt dat het
delict niet alleen invloed heeft gehad op het
slachtoffer, maar dat ook de omgeving van het
slachtoffer gevolgen heeft ondervonden. De
jongere en zijn steunfiguren krijgen eveneens de
kans om hun versie van de feiten weer te geven.
De jongere duidt de gevolgen die de feiten voor
hem hebben teweeggebracht. Hij gaat in op de
vragen die door het slachtoffer worden gesteld.
De ondersteuners van de minderjarige kunnen
aangeven hoe zij de feiten en de gevolgen ervan
hebben ervaren. De jonge verdachte hoort vaak dan
pas voor het eerst dat ook zijn ouders en ruimere
omgeving beïnvloed werden door zijn handelingen.
Na de verhaalvertelling wordt gefocust op de
mogelijkheden tot herstel, dit zowel aan
slachtofferkant als aan de kant van de verdachte.
- In een derde fase, de fase van het
privéoverleg, zonderen de verdachte en
zijn steunfiguren zich af om een voorstel van
herstel op papier te zetten. In dit privéoverleg
wordt gewerkt aan een voorstel tot overeenkomst,
waarbij wordt nagedacht over welke schade werd
veroorzaakt door het delict en hoe deze schade
kan worden hersteld. Dit voorstel focust zich op
een drietal vlakken:
- herstel aan het slachtoffer
- herstel aan de samenleving
- vermijden van recidive.
Dit voorstel wordt ook een intentieverklaring
genoemd. In de intentieverklaring is het de
bedoeling dat de verschillende betrokken partijen
komen tot een consensus over de concrete
herstelacties. De jongere schrijft deze intenties
neer. Er worden eveneens concrete afspraken
gemaakt over het opvolgen van de
intentieverklaring.
Na het privéoverleg brengt de jongere verslag
uit en stelt hij de intentieverklaring voor aan
alle aanwezigen. Dit intentieplan wordt door alle
aanwezigen becommentarieerd, waarbij er
constructieve suggesties kunnen worden gedaan.
Men tracht tot afspraken te komen die voor alle
betrokkenen aanvaardbaar zijn en die een
constructieve oplossing vormen voor de gevolgen
van het misdrijf. De co-moderator, die samen met
de moderator hergo begeleidt, schrijft de
uiteindelijke concrete herstelacties op waar de
betrokkenen het over eens zijn.
Wanneer het intentieplan na goedkeuring door iedereen
is ondertekend, sluit de moderator het herstelgericht
groepsoverleg af met het uitleggen van de verdere
gerechtelijke procedure. Door deze uitleg weten de
betrokkenen wat hen nog te wachten staat en wordt het
formele karakter van de intentieverklaring benadrukt. Het
intentieplan wordt aan de jeugdrechter bezorgd, die het
plan al dan niet volledig kan goedkeuren. Na de
goedkeuring volgt de uitvoering van het plan. DIVAM volgt
de algemene uitvoering van de afspraken op. Wanneer de
afspraken uitgevoerd werden, brengt DIVAM de jeugdrechter
hiervan op de hoogte.

|