Welkom op de website van de
Dienst Ieper - Veurne voor Alternatieve Maatregelen

Homepagina - VOT
test

Ons Tehuis

Den Akker

Harmonie

DIVAM

JEZ11

Begeleidings-
tehuis

Dagcentrum

Thuisbegelei-
dingsdienst

Alternatieve
Maatregelen

Residentiële voorziening
cat. 1bis

test
Praktische info

Historiek

Organigram

Jaarverslag

Erkenning - Doelgroep

Gemeenschapsdienst

Sociale Vaardigheidstraining

Herstelbemiddeling

Herstelgericht groepsoverleg

Ouders steunen in opvoeden

Contact

Interessante links

test
Gemeenschapsdienst

  1. Definitie
  2. Ontstaansgeschiedenis
  3. Wettelijk kader
  4. Doorverwijzingsprocedure
  5. Verloop

1. Definitie
Wanneer de jeugdrechter een gemeenschapsdienst oplegt, moet de minderjarige een aantal uren werken zonder hiervoor betaald te worden. De jongere gaat werken in een voorziening van een openbaar, maatschappelijk of sociaal nut (rusthuizen, OCMW's, stadsdiensten, kringloopwinkel, ...).

2. Ontstaansgeschiedenis
De toepassing van een gemeenschapsdienst is geen nieuw antwoord op delinquentie. De gemeenschapsdienst vindt zijn oorsprong in de Engelse Community Service Order (CSO), die reeds in 1972 werd ingevoerd. Aanvankelijk was dit enkel bedoeld voor volwassenen, maar door een wijziging in de Criminal Service Act in 1982 werd de CSO ook mogelijk voor jongeren vanaf 16 jaar. Later volgden Nederland en België dit voorbeeld.

In Nederland begon men in 1980 te experimenteren met wat men taakstraffen noemde. Een taakstraf vormde een alternatief voor een korte vrijheidsberovende straf, en leunt het best aan bij de door ons gekende gemeenschapsdienst. Taakstraffen worden in Nederland sinds 1983 aan jongeren opgelegd en zijn formeel opgenomen in de Wet op het Jeugdstrafrecht, die op 1 september 1995 van kracht is geworden.

In Vlaanderen startten in 1982 jeugdrechter Peeters en de sociale dienst van de jeugdrechtbank Mechelen met een experiment rond alternatieve sancties. Later volgden verschillende arrondissementen, die op aanmoediging van de Administratie van de Vlaamse Gemeenschap een project alternatieve maatregelen hebben opgericht. Ondertussen zijn er in alle gerechtelijke arrondissementen van Vlaanderen diensten "herstelgerichte en constructieve afhandeling" (HCA-diensten) die onder andere instaan voor de praktische opstart, begeleiding en evaluatie van de gemeenschapsdienst.

3. Wettelijk kader
De gemeenschapsdienst vindt zijn wettelijk kader in de hervormde wet op de jeugdbescherming namelijk: ‘Wet betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade’ kortom de nieuwe Jeugdwet (mei-juni 2006). Deze wet maakt gemeenschapsdienst tijdens twee fasen mogelijk:

  1. Ten eerste is het sinds de nieuwe wet mogelijk dat een jongere in de voorlopige fase maximaal 30 uur gemeenschapsdienst verricht.
  2. Ten tweede kan een jongere in de fase ten gronde (wanneer er een vonnis wordt uitgesproken t.a.v. een jongere) maximaal 150 uur gemeenschapsdienst opgelegd krijgen.

Gemeenschapsdienst in de fase ten gronde is de meest voorkomende vorm van gemeenschapsdienst.

4. Doorverwijzingsprocedure
Een minderjarige pleegt een feit waarvan via de bevoegde politiedienst een proces-verbaal wordt opgemaakt, dat samen met het dossier van de minderjarige terecht komt bij de Parketmagistraat bevoegd voor jeugdzaken. Deze heeft dan verschillende mogelijkheden: seponeren, herstelbemiddeling aanbieden of de Jeugdrechter vorderen.

Als de Jeugdrechter wordt gevorderd, zal deze de Sociale Dienst voor Gerechtelijke Jeugdbijstand inschakelen. De bedoeling is dat een consulent van de Sociale Dienst een maatschappelijk onderzoek voert. Dit is een onderzoek naar de achtergrond van de minderjarige (thuissituatie, school, ...). In dit maatschappelijk onderzoek doet de consulent aan de Jeugdrechter reeds een voorstel van maatregel. Dit voorstel kan een plaatsing, ondertoezichtstelling, ... , maar ook een constructieve afhandeling zijn. Eens dit maatschappelijk onderzoek afgerond is, wordt het opgestuurd naar de Jeugdrechter en de Parketmagistraat.

De zaak van de jongere wordt op zitting geplaatst, waarbij de Jeugdrechter een maatregel uitspreekt. Dit kan het advies zijn dat de consulent heeft geformuleerd in het maatschappelijk onderzoek, maar een Jeugdrechter kan hier eventueel ook van afwijken.

Als de Jeugdrechter van oordeel is dat een constructieve afhandeling gepast en praktisch haalbaar is, wordt er een constructieve afhandeling opgelegd (vb. gemeenschapsdienst). Een afschrift van de beslissing wordt naar DIVAM opgezonden.

5. Verloop
Wanneer DIVAM het vonnis ontvangt waarin een minderjarige een gemeenschapsdienst werd opgelegd, wordt er met de jongere en zijn ouder(s) of wettelijke vertegenwoordigers contact opgenomen. Tijdens een kennismakingsgesprek legt de begeleider aan jongere en zijn ouders het verloop van de gemeenschapsdienst uit met behulp van de onthaalbrochure. Deze onthaalbrochure kan je hier in pdf downloaden. Daarnaast worden relevante gegevens van de jongere en zijn thuissituatie genoteerd. Tevens wordt er stil gestaan bij de (subjectieve) beoordeling van de feiten door de minderjarige en zijn ouders.

Tijdens dit eerste gesprek krijgt de jongere een gezinsopdracht gemeenschapsdienst mee, waarbij een afspraak wordt gemaakt om (meestal) een week later deze opdracht te bespreken. De bedoeling van deze opdracht is na te gaan welke link er kan worden gelegd tussen de gepleegde feiten en de eventuele werkplaats waar de gemeenschapsdienst zal worden uitgevoerd.

Eens de link is gelegd tussen feit en werkplaats, wordt samen met jongere de werkplaats bezocht. De bedoeling van het bezoek aan een werkplaats is tweeledig:

  • de jongere kennis laten maken met de verantwoordelijke persoon, de werkomgeving en personeelsleden
  • het maken van praktische afspraken: data en uren waarop de gemeenschapsdienst zal plaatsvinden

Als de data en uren zijn afgesproken en in een contract gegoten, kan de jongere aan zijn uren gemeenschapsdienst beginnen. Meestal gebeurt dit de woensdagnamiddag en in de weekends. Op het einde van de gemeenschapsdienst wordt een evaluatie gehouden. Op basis van de bevindingen die jongere en werkplaats formuleren, wordt een eindverslag opgesteld en naar de jeugdrechter gestuurd.